Kop Afb koppeling naar startpagina

Personeel

Bij de fusie tot de nieuwe Ipabo bleek er een groot overschot aan personeel te zijn. Dit probleem deed zich aan alle pabo's in Nederland voor. Er dreigde een massa-ontslag. De overheid kwam met verzachtende maatregelen, een sociaal plan, onder de naam SBK (Sociaal Beleids Kader).

Al vanaf het begin van de jaren '80 liepen de studentenaantallen sterk terug. Toen al was er al een overschot aan personeel, maar dat kon nog door bestaande overheidsmaatregelen beperkt gehouden worden (via de zogenaamde 'garantieregeling' en de 'Pais-uren').
Daar was in 1986-1987 geen sprake meer van. Het aantal studenten daalde dramatisch. Al in augustus 1986 konden docenten vrijwillig afvloeien met gunstige regelingen, die bijvoorbeeld voorzagen in omscholing. Enkele collega's maakten daar gebruik van. De dramatische situatie zorgde voor heel veel onrust onder de collega's.

Voorjaar 1987 - Stand van zaken

De Ipabo-fusie werd in het cursusjaar 1986-1987 voorbereid door een 'directionele werkgroep'. Deze bracht onder meer de personeelssituatie in beeld. Het bleek dat er slechts een beperkt aantal mensen nodig was: voor zowel de directie als het onderwijzend en ondersteunend personeel. De werkgroep verwachtte voor de nieuwe Ipabo die per 1 augustus van start zou gaan:

  • aantal dagstudenten: 350
  • aantal beschikbare FTE's voor het OP: 20 (de Ipabo had recht op 22 FTE's, maar daar was geen financiële ruimte voor)
  • aantal beschikbare FTE's voor het management: 2
  • aantal beschikbare FTE's voor het overig AOP: 4

In het voorjaar van 1987 waren in dienst van de VRA, KPA en DCA samen:

  • 98 leden OP (docenten, waarvan ca. 60% volledige betrekking had)
  • 6 directieleden, die elk 1 FTE hadden
  • 16 overige AOP-leden, waarvan 9 een volledige baan hadden

Het was duidelijk dat velen zouden moeten afvloeien. Om dat zo eerlijk en transparant mogelijk te laten verlopen, werd daarvoor in samenspraak met de vakbonden een methodiek ontwikkeld onder de naam 'ritssystematiek'. Klik voor meer informatie op het pdf-document hieronder.

Ritssystematiek

Huilcentrum


Onder de 'Grote Boog' (docentenkamer) was in het voorjaar 1987 een 'Huilcentrum' ingericht.

 

Op 26 februari 1987 werd een dramatische bijeenkomst gehouden voor het hele personeel. Er werd bekend gemaakt dat van de ongeveer 120 personeelsleden er bijna 90 zouden moeten verdwijnen: de 'boventalligen'. In maart en april kregen zij in een individueel gesprek de beslissing te horen.
Dit waren emotionele tijden. John Verhallen, zelf ook boventallig verklaard, had een 'huilcentrum' ingericht in de docentenkamer (onder de grote boog op de bovenverdieping). De reacties waren heel verschillend. Sommigen waren gelaten, anderen strijdvaardig en besloten de beslissing aan te vechten. Het heeft nog jaren geduurd voordat alle 'plooien' waren gladgestreken.
  • SBK, Personeel
  • Ritssystematiek
  • Streefformatie
  • Enkele collega's
  • X-sluit
 

In maart 1987 werd na langdurig overleg met de vakbonden een Streefformatie samengesteld die per 1 januari 1990 zou gaan gelden. Na enige bijstellingen omvatte deze streefformatie: 25 OP-leden, 2 directieleden en 5 AOP-leden. Niet iedereen had een volledige betrekking, zodat er wat meer docenten en AOP-leden konden worden opgenomen binnen het gestelde aantal FTE's.

Alle overige personeelsleden werden 'boventallig' verklaard. Zij zouden op 1 januari 1990 ontslagen worden. In de tussenliggende 2½ jaar konden zij zich oriënteren op andere mogelijkheden, waarbij omscholing mogelijk was. Voor hen was het Sociaal Beleids Kader (SBK) afgesproken tussen de bonden en de overheid. De belangrijkste bepalingen daarvan waren:

  • Feitelijk ontslag zou plaats hebben op 1-1-1990. Later, in september 1989, werd deze datum opgeschoven tot 1-8-1990. Het SBK gold dus tussen 1-8-1987 en (later) 1-8-1990, dus drie jaar.
  • De instellingen (scholen) werden verplicht hun boventalligen zoveel mogelijk binnenboord te houden en hun zo mogelijk passend werk aan te bieden, eventueel met omscholing. De boventalligen kwamen op een lijst te staan, en als er dan een plek vrij kwam, kon iemand uit deze 'pool' in de streefformatie worden opgenomen. Dit is ook diverse keren gebeurd.
  • Boventallige docenten van eenzelfde vak werden in één nationale reserve-pool gestopt. Afspraak was dat wanneer een pabo ergens in Nederland een docent van zo'n vak nodig had, en zelf geen beschikbaar had, deze docent uit die nationale pool zou worden gehaald.
  • Boventalligen moesten ook zelf moeite doen om elders een baan te vinden, met vergoeding van de kosten van eventuele omscholing. Met alle boventalligen werd apart over hun voornemens en mogelijkheden gesproken (met als resultaat het 'Omscholingsplan'). Deze gesprekken stelden overigens niet zo veel voor.
  • Wie geen of beperkt gebruik maakte van de geboden mogelijkheden, diende de rest van de tijd taken te verrichten op de Ipabo, en dan met name in de afbouw.
  • 55+-regeling: In het SBK werd voorzien dat degenen die vóór 1-1-1990 de leeftijd van ≥ 55 jaar bereikten, konden afvloeien op basis van 70 % van het laatst verdiende salaris. Deze landelijke maatregel was bedoeld om het (grote!) aantal afvloeiers te beperken.
  • 50+regeling: In het najaar van 1990 werd deze regeling opgerekt tot degenen die vóór 1-1-1990 de leeftijd van ≥ 50 jaar hadden bereikt. Toenmalig directeur John Verhallen schreef in allerijl brieven aan betrokkenen met de vraag of zij van deze regeling gebruik wilden maken. Velen die in aanmerking kwamen, maakten er ook gebruik van, soms eerst na enig 'masseren'. Immers: wanneer een 'oudere' collega wegging, kwam een 'jongere' voor hem in de plaats.

Begin 1990 was de boventalligen-problematiek sterk verkleind. Vooral de 55+ regeling loste vele problemen op. En door de -aanvankelijk- onverwachte groei van de Ipabo ná 1989 konden diverse boventalligen worden 'teruggeroepen'.

 

De ritssystematiek was een methode om de bemensing van de nieuwe Ipabo vanuit de bestaande pabo's zo eerlijk mogelijk te realiseren. Deze systematiek werd afgesproken in het IGO (Instelling Georganiseerd Onderwijs, waarbinnen ook de vakbonden participeerden.

De belangrijkste variabelen in deze ritssystematiek waren:

  • Er werd één geïntegreerde 'afvloeiingslijst' gemaakt van alle bij de drie pabo's werkzame collega's op volgorde van diensttijd (anciënniteit).
  • Er werd een verhouding vastgesteld tussen de pabo's voor wat betreft de te leveren personeelsleden; deze verhouding was 3 VRA : 3 KPA : 2 DCA.
  • Er werden 8 vakgebieden gedefinieerd, die als het ware 'vakjes' voorstelden die ingevuld zouden worden. Elk vakgebied kreeg een vaste 'formatie-omvang', die gebaseerd was op de bestaande omvang. Zo kreeg Pedagogiek 20 % van de totale formatie-omvang, in casu 5 FTE's.
  • Dan pakte men de 'afvloeiingslijst', en werkte van boven af. De eerste pedagoog die men tegenkwam werd in het hokje 'Pedagogiek' gezet. Dat werd herhaald tot het vakje Pedagogiek 'vol' was. De rest van de collega's Pedagogiek vielen dus buiten boord en werden dus boventallig.
  • Bij deze systematiek lette men op de afgesproken verhouding tussen de pabo's.
  • Zo werkte men alle vakgebieden af.

Een meer gedetailleerd overzicht vind je door te klikken op: Ritssystematiek.pdf

 

In de loop van februari 1987 was de lijst van docenten die in de nieuwe Ipabo zouden gaan werken min of meer gereed. Deze Streefformatie zou per 1 januari 1990 definitief bestaan uit 2 directieleden, 25 docenten en 5 AOP-leden.

Op 26 februari 1987 werd een bijeenkomst voor alle (circa 120) personeelsleden belegd in de aula in het gebouw aan de Jan Tooropstraat. Hier werd de omvang van de Ipabo gepresenteerd.

  • Bestuursleden werden voorgesteld: de heren Koetsier (voorzitter), Everts, Van Hoogstraten, Sminia en Ypma.
  • De definitieve directie werd voorgesteld: de heren Van der Zwaan en De Jong.
  • De 'lesplaats' in Alkmaar, de vroeger 'Da Costa'. Dat was maar een klein schooltje, maar zou toch zo lang mogelijk in stand worden gehouden. Lange tijd werd gedacht dat het hier een soort 'sterfhuisconstructie' zou zijn.
  • Tijdens deze bijeenkomst werd duidelijk dat er maar 20 tot maximaal 24 docenten in de streefformatie en dat de overige ca.72 (!) boventallig zouden worden.

Alle boventalligen werden in maart en april individueel opgeroepen voor een gesprek met de beoogde directie. Zij kregen mondeling de mededeling dat ze boventallig zouden worden. Dit waren zeer emotionele dagen.

De boventalligen dienden aan te geven wat hun 'plannen' waren. Men kon kiezen voor omscholing, waarvoor financiële middelen ter beschikking stonden. Of men kon als gedetacheerde gaan werken bij een andere instelling. Maar men bleef officieel in dienst. Dus: wie niets ondernam diende te blijven werken aan de Ipabo, en kon met name in de afbouw worden ingezet in. John Verhallen bijvoorbeeld besloot - vooralsnog- te blijven en werd belast met de afbouw van de KPA.

Er werd een lijst van boventalligen opgesteld, gerangschikt naar anciënniteit. In de jaren 1987-1990 zijn er nog veel verschuivingen geweest. Sommigen die in de streefformatie opgenomen waren, gingen alsnog weg, plaats makend voor een boventallige. En, o wonder, vanaf 1989 begon de Ipabo weer te groeien - ruimte biedend aan terugroepen van boventalligen!

Zo'n tachtig collega's gingen na 1987 hun eigen weg. Hier enkelen van hen.

Cor Kessler Cor Kessler - docent KPA Aardrijkskunde en Cuma. Boventallig in 1987, maar werd twee jaar later 'vanuit de nationale pool' benoemd tot docent aan Pabo Windesheim te Zwolle. Eddy de Wit Eddy de Wit - docent DCA Pedagogiek. Boventallig in 1987, ging Duits studeren, maar kon na ruim een jaar terugkomen aan de Ipabo. 

 

Herman Olde Herman Olde - VRA docent Nederlands. Boventallig verklaard, maar kon al snel terugkomen aan de Ipabo. Er was daarbij nog wel een conflict met een (OK-)collega Nederlands. Piet van Zon

Piet van Zon - KPA docent Tekenen en Cuma. Boventallig geworden in 1987. Koos ervoor om zich als zelfstandig kunstenaar te vestigen en wilde daartoe omscholing ('steun').

Op de tabbladen meer informatie over de personele problematiek.

 

Directieleden

De afgesproken ritssystematiek gold voor het onderwijzend personeel. Bij de directieleden lag dat anders. Hier ging het eigenlijk alleen om anciënniteit én wie er een 'directeurstitel' had.

De samenstelling van de directie kwam moeilijk van de grond. Ook hier waren er meer mensen dan financieel mogelijk was en, gezien de te verwachte, bescheiden omvang van de Ipabo ook onwenselijk. In februari 1987 maakte het Ipabobestuur bekend dat de Centrale Directie (CD) zou bestaan uit Hans van der Zwaan (voorzitter, afkomstig van de KPA) en Martien de Jong (lid, afkomstig van de DCA).
Het Bestuur had deze keuze gemaakt omdat van de oudere kandidaten voor de directeursfunctie enkelen te kennen gaven daarvoor niet in aanmerking te willen komen. Maar Harry Schram (VRA) en John Verhallen (KPA) waren zeer teleurgesteld en legden zich niet bij deze beslissing neer. Beiden hadden een directeurstitel, en meenden derhalve rechten te kunnen doen gelden.

  • Harry Schram
  • John Verhallen
  • X-sluit

Interview 2010; 1:16

Harry Schram, 1980Harry Schram was directeur geweest van de Hervormde PA (HPA), en functioneerde van 1984-1987 als adjunct aan de VRA. Hij had dus een directeurstitel.
In de stoelendans rond het directoraat van de Ipabo viel Harry af. Hij ging tegen die beslissing van het Ipabo-bestuur in en heeft een 'stekelige' briefwisseling en discussie met het bestuur gevoerd. Hij lag niet goed, mogelijk omdat hij als recalcitrant te boek stond, wat naar zijn idee onjuist was ("Ik ben consequent!'). Harry stelde voortdurend indringend de identiteit van het instituut en de consequenties daarvan aan de orde.
Er kwam echter een probleem bij. De voorzitter van het Ipabo-bestuur, de heer J. Koetsier, zei: "Ik ben de voorzitter, ik ben protestants, dus de directeur van het instituut is katholiek".
In dit fragment vertelt Harry hier iets over.

Interview 2009; 0:48

John Verhallen had ook een directeurstitel, overgehouden uit de tijd van 'Magister Vocat'. Hij werd bij het vaststellen van de streefformatie boventallig verklaard, en was daar flink emotioneel onder. Hij besloot te blijven om als 'boventallige' vooral de afbouw van de KPA te sturen. Maar hij vocht de beslissing wel aan. En met succes, zoals later bleek.

In dit fragment vertelt John iets over de stoelendans rond het samenstellen van de Centrale Directie van de Ipabo. Dit speelde zich af in het voorjaar van 1987. ('Harry'= Harry Schram, oorspronkelijk directeur HPA; 'Henk'= Henk de Koning, oorspronkelijk directeur van de CPA (en VRA); 'Gabe'= Gabe Wierda, oorspronkelijk directeur van de COK Amsterdam).

Op de tabbladen meer over enkele directieleden.

 

Hoge personeelslast

De nieuwe Ipabo had een hoge financiële personeelslast. Bij de vaststellen van de bekostiging ging het Ministerie uit van een 'GPL': Gemiddelde Personeels Last. Daarin kwamen alle leeftijdsgroepen min of meer gelijkelijk voor (normaalverdeling), en daarmee was dan sprake van een 'gemiddelde kostenpost'. Maar door de gevolgde ritssystematiek, waarbij anciënniteit voorop stond, kreeg de Ipabo te maken met in verhouding veel oudere docenten, en daarmee met een hogere Personeelslast. De verwachte 22 FTE's voor het OP moesten derhalve teruggebracht worden tot 20.