Naar PC Pabo
Het fusieproces van midden 70-er jaren tot 1984

Naar tot standkoming PC Pabo

Tot standkoming van het basisonderwijs en het ontstaan van de Pabo

In het midden van de jaren 70 van de vorige eeuw werd besloten dat het lager onderwijs en het kleuteronderwijs zouden samengaan in het basisonderwijs. En dat tengevolge daarvan de pedagogische akademies, de opleiding voor het lageronderwijs en de opleidingsscholen voor kleuterleidsters ook zouden opgaan in één opleiding, de pabo, pedagogische akademie voor het basisonderwijs.
Het duurde tot 1984, voordat de basisscholen en de pabo's daadwerkelijk ontstonden.

  • Over tot standkoming basisonderwijs
  • Wet op het basisonderwijs - Fusies opleidingen
  • Tabblad 2

In 1975 kwam minister Van Kemenade met de nota "Contouren van een toekomstig onderwijsbestel", kortweg met 'Contourennota' aangeduid. Een hoofddoel was gelijke kansen voor iedereen te creëren, waarbij ervan werd uitgegaan dat onderwijs invloed op de samenleving heeft.

In 1981 werd de Wet op het Basisonderwijs aangenomen en trad op 1 augustus 1985 in werking. Kleuter- en lagere scholen gingen op in de basisschool en opleidingsscholen voor het kleuteronderwijs en pedagogische akademies fuseerden tot pabo's.


Min O&W: J.A.van Kemenade

 

In augustus 1985 werd de Wet op het Basisonderwijs van kracht.

De basisschool voor kinderen van 4 tot 12 jaar ontstond.
Verder waren er wijzigingen: de invoering van het Engels als verplicht vak, een grotere nadruk op maatschappijkennis en wereldoriëntatie, en meer plaats voor expressievakken (muziek, handvaardigheid en drama). Andere doelstellingen waren het verbeteren van de zorg voor leerlingen met achterstanden, de systematisering van het onderwijs via een schoolwerkplan, de systematisering van het leerplan door landelijke kerndoelen en eindtermen (bron: wikipedia).

In 1985 kwam ook de 'Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs' - de PABO tot stand.
Opleidingsscholen voor het kleuteronderwijs (OK's) en Pedagogische Academies (PA's) fuseerden tot PABO's.

 
Politieke besluitvorming over onderwijs van 4 tot 12 jarigen en met betrekking tot de opleidingen

Ongunstige prognoses werkgelegenheid voor onderwijzers

De overheid kwam op prognoses van het aantal benodigde onderwijzers tot de conclusie om studeren aan een pabo af te raden. Het aantal aanmeldingen daalde mede daardoor drastisch. Dit had consequenties voor de pabodocenten, waarvan velen boventallig werden verklaard.
H. Schram, directeur van de HPA kwam op grond van deze prognoses tot minder negatieve conclusies over de vraag naar leerkrachten in de toekomst.

  • Overheidsbeleid
  • Kritiek op het negatieve overheidsbeleid
  • Tabblad 2

Deetman, mininster O&W
 

Van overheidswege werden eind jaren 70 en begin jaren 80 van de vorige eeuw jongeren niet gestimuleerd om een opleiding tot leerkracht in het onderwijs te volgen. Op grond van prognoses van 'vraag en aanbod' werd een overschot voorspeld.

 

Rob Woortman, docent nederlands vond het overheidsbeleid om een opleiding tot onderwijzer te volgen af te raden, erg dom. Het had ook catastrofale gevolgen voor het aantal aanmeldingen.

 

Directeur Harry Schram kwam op grond van prognoses tot minder negatieve conclusies over het benodigde aantal onderwijzers in de toekomst.

 

Het overheidsbeleid met betrekking tot werkgelegenheid onderwijzers en kritiek daarop

Fusiebesprekingen CPA, COK en HPA

 

In het licht van deze ontwikkelingen werd vanaf 1975 door de Christelijke Pedagogische Akademie, de Hervormde Pedagogische Akademie en de Christelijke Opleiding voor Kleuterleidsters - alle te Amsterdam - toegewerkt naar een fusie.
De gefuseerde instelling zou worden gehuisvest in de Jan van Eijckstraat, het gebouw van de CPA. De HPA en de COK moesten dus verhuizen.

In de jaren naar de fusie toe, werden vele vergaderingen gehouden door directies, diverse commissies, als 'commissie fundamenteel uitgangspunt', 'instituutswerkplan commissie', 'rechtspositiecommissie' en de vaksecties. Aangezien de ondewijsstructuur van de drie instituten nogal verschilde, was het niet in alle opzichten gemakkelijk tot overeenstemming te komen.


Gebouw aan de Jan van Eijckstraat

Kwesties rond vorming bestuur en directie

De besturen van de drie instituten moesten fuseren. Een strijd ontstond over de vorm ervan: een stichting of een vereniging. Uiteindelijk werd het een verenigingsvorm.

De drie instituten hadden elk een directeur en adjunctdirecteuren.
De CPA: Henk de Koning, directeur. Age Waaksma en Harry Nolles adjunctdirecteuren.
De HPA: Harry Schram, directeur. Guus Dull adjunctdirecteur.
De COK: Gabe Wierda, directeur.
De vraag was wie wordt directeur van het gefuseerde instituut en wie adjunctdirecteur.
Het was duidelijk dat sommige adjunctdirecteuren boventallig zouden worden.

  • Harry Schram: bestuur
  • Fokko Schroten: adjuncten
  • Fokko: functie
  • Rob Woortman: directie
  • Tabblad 2

Harry Schram, directeur van de HPA over gezamenlijke bestuursvergaderingen, hoe de beslissing tot de verenigingsvorm tot stand kwam.

Op de gezamenlijke vergadering van de drie besturen waren 2 personen van het COK bestuur, 3 personen van het HPA bestuur en zo'n 7 personen van het CPA bestuur aanwezig. De besturen van de COK en de HPA waren voor een stichtingsvorm, het bestuur van de CPA voor een verenigingsvor. De gezamenlijke vergadering werd voorgezeten door Koetsier, de voorzitter van het CPA bestuur.
De kwestie rees hoe er zou worden besloten over de vorm. Met andere woorden.

 

Fokko Schroten, docent bewegingsonderwijs CPA over de fusie. En over de zittende CPA adjunctdireteuren, die door hun bedreigde functie vertrokken.

CPA directeur Henk de Koning, vroeg vervolgens Fokko een soort adjunctdiecteurschap op zich te nemen.

 

Fokko Schroten, als bewegingsonderwijsdocent, die door CPA directeur een adjunctsdirecteurstaak had gekregen over gedoe in besturen rond deze rol.

Maar een officële adjunt directeur status heeft Fokko op de VRA niet gekregen. In de praktijk fungeerde hij mettertijd wel steees meer als zodanig.

 

Rob Woortman, HPA docent nederlands over perikelen rond de strijd wie directeur zou worden.

Uitenidelijk werd Gabe Wierda, COK directeur de directeur van de PCPabo.

Rob refereert ook de perikelen rond de keuze van de directeur voor de latere Ipabo (fusie in 1987). Toen wilde het bestuur Harry niet als directeur daarvan, waar John Verhallen dankbaar gebruik van maakte en naderhand Ipabo directeur werd.

Over perikelen rond bestuursvorm, directeursbenoeming en de positie van adjunctdirecteuren

Verschillen in onderwijsvisies en organisatie tussen de instituten

De organisatie en kijk op het onderwijs verschilde sterk. Op de HPA werd in stamgroepen gewerkt. Met name CPA docenten waren niet geneigd deze onderwijsorganisatie over te nemen voor het gezamenlijke instituut. Wel was het stamgroeponderwijs het basisidee dat ten grondslag lag aan de gezamenlijk verzorgde na- en bijscholingscursussen, Edoka en de applicatiecursussen.
Op de CPA werden naast lessen instituutspractica in het kader van 'Praktische vorming' gegeven.

  • Herman Olde - CPA
  • Fokko Schroten - CPA
  • Harry Schram - HPA
  • Rob Woorman - HPA
  • Tabblad 2

Herman Olde, CPA docent nederlands over zijn bedenkingen over het HPA onderwijssysteem.

Binnen CPA kring zag men niets in het overnemen van het Freinetachtige onderwijssysteem van de HPA.

 

Fokko Schroten, docent bewegingsonderwijs aan de CPA over de verschillen tussen de fuserende instituten.

Binnen CPA kring werd heel verschillend gedacht over de fusie, zoals mensen gewoonlijk verschillen.

Ook op de CPA werd 'gerotzooid'.

Harry Schram, directeur van de HPA over hoe op het onderwijssysteem van de HPA - het werken in stamgroepen - werd gereageerd.

Het HPA onderwijssysteem werd als 'open onderwijs' gezien en dat wilde men in de CPA met name, niet in de fusie overnemen. Er werd daar heftig tegen ge-ageerd.

 

Rob Woortman, docent nederlands aan de HPA over het niet overnemen van het HPA onderwijssysteem voor de nieuw te vormen Pabo.

Op vergaderingen over de inrichting van het onderwijs van het nieuw te vormen instituut werd het HPA systeem weggestemd.

De studenten verantwoordelijk geven, vertrouwen in hen bieden en het ter plekke creëren van onderwijssituaties kun je niet gedeeltelijk invoeren. 'Een halve kip' gaat niet.

Over de ervaren verschillen tussen de instituten

De eigenheid van de COK, als opleiding voor het kleuteronderwijs moest gewaarborgd blijven.
Vakdocenten aan de pedagogische akademies dienden onderwijs aan kleuters in hun programma's op te nemen.

  • Bert Cornelis - COK
  • Wieke Bosch - COK
  • Herman Olde - CPA
  • Tabblad 2

Bert Cornelis, docent bewegingsonderwijs aan de COK over de eigenheid van de opleiding voor het kleuteronderwijs.

Vanuit COK kring werd daarvoor gevochten, wat succes had.

 

Wieke Bosch, docente methodiek en didactiek aan de COK over de fusie.

Wieke had het geluk dat zij al lessen pedagogiek gaf op de CPA, waardoor zij de wereld van de PA kende.
Over de HPA wst ze minder.

Herman Olde, docent nederlands aan de CPA over taalonderwijs aan kleuters.

In eerste instantie was het aanvankelijk lezen een zaak voor pedagogen. Daar hebben de vakdocenten nederlands gauw een eind aan gemaakt.

 

(excuses voor het irritante bijgeluid)

COK docenten over de eigenheid van de COK en PA docent over taalonderwijs aan kleuters.

Er werd in de docentenkmedia/BC-05-fusieproc-gymbewowamers op de instituten nogal veel gesproken over de fusie en over hoe men dacht over de andere instituten.
Er werd door de vaksecties druk overlegd om de programma's op elkaar af te stellen, wat in het algemeen aardig lukte, ondanks dat er in sommige secties verschillen in visie waren, zoals in de sectie lichamelijke oefening-bewegingsonderwijs. De grondlegger van het bewegingsonderwijs was C.C.F. Gordijn.

  • J. Tulp-COK
  • M. Kramer -HPA, CPA
  • F. Schroten-CPA
  • R. Kruse-HPA
  • B. Cornelis-COK
  • Tabblad 2

Jan Tulp, docent godsdienstonderwijs aan de COK geeft een karakteristiek weer van de drie instituten.

Jan herinnert zich een grote algemene personeelsraad, waar van alles gebeurde. Het was een 'slangenkuil', maar waarin ook veel gelachten werd.

 

Mario Kramer, docent pedagogiek aan de HPA en ook les gaf aan de CPA.

Wat cultuur betrof was het heel anders dan op de HPA.
Ook meer gestructureerd.

In de docentenkamers van de instiuten hoorde Mario over hoe docenten dachten over de andere instituten.

 

Fokko Schroten, docent bewegingsonderwijs aan de CPA over de verschilen met het onderwijs in lichamelijke opvoeding, zoals gegeven werd aan de HPA.

Er werden soms wel felle discussie gevoerd over bewegingsonderwijs versus gymnastiekonderwijs.
Op de HPA werd anders gedacht dan op de CPA en de COK.

zie hiervoor ook de tab 'R.Kruse' en 'B.Cornelis'

 

Ruud Kruse, docent lichamelijke opvoeding aan de HPA over de verschillen tussen de twee stromingen in het onderwijs van lichamelijke opvoeding.
Ruud was meer voor intensief bewegen en gestructueerd werken, binnen lichamelijke oefening. Hij zag enkele nadelen in de andere stroming, die van 'bewegingsonderwijs' en geeft llustratieve voorbeelden. Wel ziet hij een voordeel van 'bewegingsonderwijs' op didactische gebied, zoals de handeling van 'situatieve correctie'.

In beide stromingen gaat het echter toch om plezier in het bewegen.

 

Bert Cornelis, docent bewegingsonderwijs aan de COK over de verschillen tussen de vsies op lichamelijke oefening van die van bewegingsonderwijs en die van het gymnastiekonderwijs op de HPA.

Bert was voorstander van bewegingsonderwijs en propageerde dit sterk in de fusiebesprekingen.

 

Docenten over hoe men dacht over de andere instituten - Over bewegingsonderwijs vs onderwijs lichamelijke oefening

Totstandkoming PCPABO in augustus 1984

In augustus 1984 startte het gefuseerde instituut onder de naam PCPABO met eerstejaars studenten.
Het onderwijs van de hogere klassen werd nog verzorgd door de 'eigen' oude instituten HPA, CPA en COK. Dit werd de afbouw genoemd.

Aanloop tot de PC Pabo © Disclaimer