Periode 1970 - 1984
Onderwijs 1976-1984
Onderwijs aan de HPA van 1976 tot 1984

Onderwijskundige vernieuwing 

Overzicht:

In deze periode werd het onderwijs, inhoudelijk en organisatorisch gewijzigd.
Op grond van uitvoerige bezinningsstudie op fundamentele uitgangspunten en ervaringen met vernieuwingsonderwijs als die van Freinet en het Jenaplanonderwijs werd er naast het onderwijs in cursusvorm, het werken in stamgroepen ingevoerd, waarbinnen de relatie theorie-praktijk centraal stond en Freinettechnieken in de organisatie ervan werden gebruikt.
Bovendien waren er allerlei vernieuwingen in veel cursussen. Zo werden praktica ingebouwd. Integratie van cursussen kwam steeds meer voor, tot aan cursussen in team-teaching verband gegeven, aan toe.

Contacten en samenwerking met praktijkscholen.
Verzorging van bijscholingscursussen, met name voor kleuterleidsters in het kader van de totstandkoming van de basisschool.

Bezinning op Fundamenteel uitgangspunt van de HPA

Midden jaren 70 kwam een bezinning op gang over identiteit van de HPA, dat al van meet af aan in een breder kader werd gezet en "fundamenteel uitgangspunt" werd genoemd.
Opmerkelijk hierbij was dat de joods-christelijke, de onderwijskundige en de maatschappelijke identiteit onderling op elkaar betrokken werden beschouwd en gepoogd werd deze in een samenhangedn 'fundamenteel uitgangspunt' te formuleren.
Er ontstond een commissie 'fundamenteel uitgangspunt', later werd de akademiseringscommissie gevormd, die een vernieuwde onderwijskundige organisatie ontwierp.






Schillebeeckx

Bijbelse uitgangspunten

De religieuze identiteit van de HPA was en bleef gebaseerd op de Bijbel. Maar wat dat betekent in de praktijk, werd een punt van bezinning. Er werden bijbelse kernwoorden, zoals 'gerechtigheid', 'bevrijding' en 'vrede' geformuleerd. Deze gaven richting aan de relatie tussen mensen. Zo ook aan de relatie onderwijzer - kind en leerkracht - student.
Ideeën van filosofen en theologen als Levinas en Schillebeeckx werden bestudeerd en bevraagd op praktische consequenties voor het onderwijs.
Meer hierover in de tabbladen in het tabvenster hieronder....

Maatschappelijke uitgangspunten

Deze sloten heel nauw aan bij de kernwoorden 'gerechtigheid', 'bevrijding' en 'vrede'.
Deze houden maatschappelijk gezien in, keuzes tegen competitie, onderdrukking en roofbouw op de medemens en natuur.

Onderwijskundige uitgangspunten

Onderwijskundige identiteit was met name gebaseerd op 'het kunnen vervullen van de levenstaak'. Deze identiteit werd uitgebreid, waarbij het begrip 'gelijkwaardigheid' - niet te verwarren met 'gelijkheid'- leidend werd.
Meer hierover in de tabbladen in het tabvenster hieronder....

  • Uitgangspunten
  • Bijbelse
  • Onderwijskundige
  • Schram
  • Tabblad 6

Fundamentele uitgangspunten - zoals opgenomen in een flyer van 1979



 

 

 

 

 

 

1.
Bijbelse kernwoorden:

bevrijding, gerechtigheid, vrede

 

 

2
Maatschappelijke uitgangspunten

géén maatschappij op basis van onderlinge kompetitie, onderdrukking en roofbouw

3.
Onderwijskundige uitgangspunten

Leren van elkaar in gelijkwaardigheid

 

Meer over de achtergrond van de bijbelse, theologische uitgangspunten

De docent Wim van der Horst schrijft in maart 1974 reeds over bijbelse kernwoorden als schepping, bevrijding, gerechtigheid, vrede en over zijn zoektocht om didactische kernwoorden die hiermee nauw samenhangen te bepalen, zoals oriéntatie en onderlinge relatie tussen mensen.

In de verdere studie in de commissie Fundamentele uitgangspunten werd het begrip relatie verder uitgediept. Al gauw werd gesteld dat mensen onderling, dus ook leerkrachten en lerenden elkaar serieus moeten nemen. Dit werd verder aangescherpt door te stellen dat in een relatie, ook in die van leerkracht - lerende er gelijkwaardigheid moet zijn.
Dit niet te verwarren met gelijkheid! Juist niet, want ieder heeft zijn eigen achtergrond, kunde, levenservaring en rol. De verschillen hierin moeten in een relatie naar voren gebracht kunnen worden, waardoor leren van elkaar juist kan plaatsvinden. In onderwijskundige zin werd de gelijkwaardigheid ook toegepast op de relatie theorie - praktijk. Binnen deze twee polen vindt een wisselwerking plaats, waardoor zowel theorie als praktijk kwalitatief kan groeien.

In het filosofisch gedachtegoed van Emmanuel Levinas wordt binnen de relatie 'het zijn voor de Ander' van wezenlijke betekenis. De hoofdletter van de 'Ander' duidt op de Zijn Hoogte en Hoogheid. Het is hetzijnde dat werkelijk anders is dan het Ik. In het gelaat toont zich de Ander en het Andere, in het onbedekte. In het onbedekte, daar vindt de ontmoeting plaats die niet vrijblijvend is. Aan het relatie-begrip wordt daarmee verantwoordelijkheid gekoppeld, waarbij de Ander nooit vastgelegd, gedefinieerd kan worden. Het overstijgt het IK. Levinas gaat verder dan over wederkerigheid in de relatie en spreekt over plaatsvervanging van de Ander.
De filosofie van Levinas houdt in dat er aan het begrip relatie aspecten en spelregels worden verbonden, als open-staan, vrijheid, zinvolheid en ernst. Bekijk relatie: aspecten, spelregels voor een korte beschrijving. Deze aspecten kregen in het vernieuwde onderwijs op de HPA praktische konsekwenties.

Zijn er universele kernwoorden en waarden, die als fundamentele uitgangspunten kunnen dienen?
Binnen het christendom werd er altijd gesproken van universele Waarheden en Waarden. Die dan ook onderwezen moesten worden.
De vraag binnen de commissie FU speelde, in hoeverre de bijbelse kernwoorden en verwante voor menselijke omgang een universeel karakter hebben. In welke mate zijn ze bijvoorbeeld cultuurafhankelijk?
De theoloog prof Edward Schillebeeckx verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen hield zich ook met deze vraag bezig.
Hij stelde dat naast de Bijbel ook de menselijke ervaring als bron kan gelden. Het gaat hierbij wel om ervaringen die zinsoriénterend zijn.
Schillebeeckx kiest voor antropologische konstanten, die waarden openbaren en waarvan de normen door ons in een historisch proces van ervaringen ingevuld moeten worden. Zij zijn voorwaarden voor zinoriënterernd en mensbevorderend handelen, ook in het onderwijs.
De antropologische konstanten....
1. Relatie tot eigen lichamelijkheid, natuur en ecologisch milieu.
     Bekijk antrop. konstante 1
2. menszijn is medemens-zijn. begrense individualiteit en inter-     subjectiviteit gericht op de ander.
    Bekijk antrop. konstante 2
3. relatie tot maatschappelijke en institutionele structuren.
    Bekijk antrop. konstante 3
4. tijd-en-ruimte structuur van persoon en cultuur.
    Bekijk antrop. konstante 4
5. relatie tussen theorie en praxis. Denken en handelen.
    Bekijk antrop. konstante 5
6. utopisch moment van het menselijk bewustzijn; totaliteitskoncepties,     waardoor de mens zin en samenhang aan het menselijk bestaan wil     geven.
    Bekijk antrop. konstante 6
7. konstanten samen geven grondvorm van het menszijn aan. Zij     convergeren naar de menselijke persoonsidentiteit.
    Bekijk antrop. konstante 7.

 

 

Bijbelse kernwoorden.

 

Relatie

 

gelijkwaardigheid

 

 

 

 

 

Levinas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schillebeeckx

 

 

 

 

 

antropologische konstanten

 

 

Meer over de achtergrond van de onderwijskundige uitgangspunten

Binnen de commissie "Fundamenteel Uitgangspunt" werden de onderwijskundige uitgangspunten besproken in samenhang met de bijbelse, antropologische en maatschappelijke uitgangspunten, zoals vermeld onder te tab 'Bijbelse', in het tabvenster.

Binnen de akademiseringscommissie werden de uitgangspunten met name toegespitst op onderwijssituaties en op de onderwijsorganisatie. Op micro- én op macroniveau dus.
In een artikel geschreven door Ditte Stoopendaal, lid van de akademiseringscommissie wordt ingegaan op de onderwijssituatie ('hoofdstuk 1') en over de relatie ('hoofdstuk 2') die gelijkwaardig dient te zijn, dat ieder mens uniek is en dat elkaar vertrouwen essentieel is in de relatie docent/kursist. Klik op artikel om het te lezen.

De fundamentele uitgangspunten bleken goed aan te sluiten op belangrijke ideeén en 'technieken' van de onderwijsvernieuwer Célestin Freinet. En op ideeën binnen het Jenaplanonderwijs en de Kees Boeke Werkplaats.
Zie hieronder Harry Schram op video over de Kees Boeke Werkplaats...

In de volgende paragraaf wordt de 'onderwijskundige uitwerking' van de onderwijsvernieuwing op de HPA nader beschreven.

 

 

Harry Schram

over de Werkplaats van Kees Boeke

 


 

 

 

 

Relatie in onderwijs-situaties gelijkwaardig

 

 

Invloed van Freinet, Boeke.

 

 

 

 

Over de commissies 'Fundamenteel uitgangspunt' en 'akademisering'

 

Harry Schram, directeur van de HPA vertelt over de fundamentele uitgangspunten.
De commissie FU, 'fundamentele uitgangspunten' was bezig deze te formuleren.

 

 

Over de fundamentele uitgangspunten van de HPA

Onderwijskundige uitwerking: Stamgroep- en cursusonderwijs

xx
Célestin Freinet

De vraag was hoe het onderwijs op de HPA gevormd en georganiseerd kon worden op grond van de fundamentele uitgangspunten.
Inspiratie werd opgedaan vanuit de ideeën van de onderwijsvernieuwers Célestin Freinet, van waaruit het Freinetonderwijs ontstond en Peter Petersen, de grondlegger van het Jenaplanonderwijs.

Als belangrijke nieuwe onderwijsvorm op de HPA werd de zogenaamde stamgroep ingevoerd. Het woord stamgroep komt uit het Jenaplanonderwijs, maar de hierin gebruikte werkvormen waren meer 'freinettechnieken', zoals 'kringgesprek'; 'vergadering'; 'vaste roosteronderdelen'; 'eigen werk'; 'laten zien' (bespreken en "leren van elkaar" door presenteren van studies). Naast het werken in stamgroepen, waren er cursussen, practica en zelfstudie. Zie de tabs in het tabvenster hieronder'....

  • 1e en 2e studiejaar
  • Vernieuwing
  • Stamgroep
  • 3e studiejaar
  • Tabblad 6

Werkwijze - zoals opgenomen in een flyer van 1979

Opmerking:

In de andere tabs -'vernieuwing' en 'stamgroep'- is meer te lezen en te zien/horen over de werkwijze binnen de stamgroepen. En in de tab '3e stud.jr' over het examenjaar.


 

 

De week

BO = Beroeps- opleiding.
(de PA)

 

 

 

Cursussen

 

 

 

 

Werken in stamgroepen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de stage

 

In dit tabvenster:

  • Interview fragment Rob Woortman over het proces van vernieuwing van HPA onderwijs
  • Artikel van Rob Woortman in tijdschrijft MOER over het vernieuwingsproces
  • Overizht ontwikkelingen in 1977 tot 1982 door Harry Schram

 

 

 

Rob Woortman over de onderwijsvernieuwing

 

 

Proces tot de onderwijsvernieuwing op de HPA beschreven in het tijdschrift MOER


Vereniging voor het onderwijs in het nederlands

  Rubriek OPLEIDING

In het artikel komen aan de orde: het begin van de vernieuwing; de uitgangspunten; de werkwijze op de HPA; korte evaluatie; slotopmerking en een kort historisch overzicht van het experiment aan de HPA.
Klik op MOER 1982/5 voor het tijdschriftnummer. BLADER wel naar pagina 16 voor het artikel 'Naar een coöperatieve PA'.
In het videofragment - hieronder - vertelt Rob Woortman over het vernieuwingsproces...

Harry Schram schreef een overzicht van de ontwikkelingen op de HPA in de periode 1977 - 1982. Te vinden in Kweekschoolcahier No 5.

 

In dit tabvenster:

  • Rob Woortman over de werkwijze binnen een stamgroep
  • Documentatie over de structuur en werkwijze van de stamgroep - studiegidsgedeelten
  • Oud studente Malous Goossens over het onderwijssysteem

 

 

 

Rob Woortman vertelt over de werkwijze binnen de stamgroep.

 

 

Over het werken in stamgroepen - structuur en werkwijze

In het stamgroeponderwijs hadden docenten én studenten inbreng in de inhoud en vorm van het onderwijs. Maar het was niet vrijblijvend, niet voor de student en niet voor de docent. Het werken in stamgroepen had een duidelijke structuur en er golden richtlijnen om kwaliteit te waarborgen.

Uitvoeriger informatie over de werkwijze en structuur van het werken in stamgroepen:
1. Over kringgesprek, vergadering en met name over     uitvoering van het rooster. Klik op studiegids-a.
2. Vervolg van 1 met daarin de hulpmiddelen die de     stamgroepdagen soepel moeten laten verlopen.     Deze zijn gebaseerd op freinettechnieken.
    Klik op studiegids-b.
3. Enkele voorbeelden van het thema-aanbod.
    Klik op studiegids-c.
4. Richtlijnen/eisen voor het maken van een studie.
   Klik op studiegids-studierichtlijnen.

 

 

Stamgroep B
Stamgroep B

 

Malous Goossens, studente van 1981 tot 1984 over het onderwijssysteem op de HPA

 

 

   

Werkwijze in het derde studiejaar - het examenjaar -
zoals opgenomen in een flyer van 1979


 

Het examenjaar

Werkwijze gelijkend op die van de stamgroepen in de eerste twee studiejaren

Daarnaast cursussen in algemeen kader en in gekozen specialisaties

 

 

 

Hospiteren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Studenten met de docent Johan van Gelder

 

 

 

Over de praktische uitwerking van de onderwijsvernieuwing - Werkwijzen

xx
Ontmoetingsavond -  1980

Hoe werd de vernieuwing gedragen?

Niet alle docenten waren voorstander van de onderwijsvernieuwing. Met name was er weerstand tegen de invoering van de stamgroepen.
Er waren docenten die alleen participeerden in cursussen. Sommigen die geen voorstander van stamgroeponderwijs waren, werkten wel mee binnen de stamgroepen en gaven daar instructie of lessen op aanvraag van een stamgroep of in het kader van een thema-aanbod.
Hoewel het docentenkorps verdeeld was over de vernieuwing, bleef de onderlinge sfeer toch redelijk goed.
Hoor de verhalen van betrokkenen in de tabs hieronder....

  • Directeur
  • Docent
  • Amanuensis
  • Studente
  • Tabblad 4

 

 

Oud-directeur Harry Schram over de invoering van de stamgroep.

En over als er 'geen les' werd gegeven.

 

 

Oud docent pedagogiek Mario Kramer over de twee kampen, waarin het onderwijzend personeel verdeeld was.

Wat is er geleerd door studenten.

De inbreng van Mario Kramer...

 

 

Henk van der Born, oud- amanuensis over zijn ervaring hoe docenten die verschillende kijk hadden op de onderwijsvernieuwing met elkaar omgingen.

 

 

Malous Goossens, oud studente over de sfeer op de HPA en over de instelling van docenten.

 

 

Directeur, amenuensis en studente over docenten en de vernieuwing

xx
Stamgroep B

Resultaten van de vernieuwing en stamgroepwerkwijze

In het examenjaar - het 3e studiejaar - was er het examen, waar indertijd gecommitteerden (onafhankelijke van buiten afkomstige toezichthouders) bij aanwezig waren. De resultaten waren erg goed.
Zie de tab 'Resultaat' ove de examenresultaten....
De werkwijze bouwde voort op die van de stamgroepen die de studenten  in de twee eerste studiejaren al kenden.  Zie de tab 'Werkwijze'....
In de tab 'Transfer' wordt ingegaan op wat de student geleerd heeft. Is het hap-snap?
Ook de docenten deden ervaring en inzicht op op praktijkscholen, zie de tab 'Praktijk'.....

  • Resultaat
  • Werkwijze
  • Transfer
  • Beeld HPA
  • Tabblad 5

 

Rob Woortman, die samen met Ditte Stoopendaal een 3e jaars examengroep begeleidde vertelt over de examenresultaten, die zeer goed waren, ook volgens de gecommitteerden.

 

 

Rob Woortman over de werkwijze van de 3e jaarsgroep, die een stamgroepwerkwijze was.

Deze studentengroep had ook in de voorgaande studiejaren stamgroeponderwijs gehad.

 

 

Rob Woortman antwoord op tegenwerping dat de werkwijze 'hap-snap' onderwijs inhoudt.
Over transfer van het geleerde...

 

 

Kees van Wissen, destijds docent aan de Magister Vocat - rooms katholieke pabo te Amsterdam - over zijn beeld van de HPA. De HPA was voor hem en zijn collega's een 'losgeslagen bende'...

 

Examenresultaten - Werkwijze in 3e jaar - Wat is geleerd - Vooroordeel mbt HPA

Vernieuwingen van cursussen

xx
Culturele Oriëntatie
xx
Historische kleding

xx
Handvaardigheid en
textiele werkvormen

Samenwerking tussen vakdocenten en integratie van vakken, wat al voorkwam in de beginjaren 70, kwam steeds vaker voor, waarbij ook meestal activiteiten - ook voor de stagepraktijk - waren gekoppeld.

Binnen expressievakken en binnen wereldoriëntatie waren er gezamenlijke activiteiten, tot gezamenlijke lessen.

Een verregaande samenwerking ontstond er tussen ontwikkelings-/leerpsychologie reken/wiskunde didactiek in de vorm van teamteaching van de docenten Ditte Stoopendaal en Egbert Nijeboer. Hierbij was de relatie theorie - praktijk essentieel.

  • Proefjes-kast
  • Tabblad 3

Amanuensis Henk van der Born (1980-1984) vertelt over de voor de studenten beschikbare 'kast met kant en klare proefjes' van Johan van Gelder.

Amenuensis over kast met proefjes

Contacten & samenwerking met leerscholen - Eerste experiment 'Kind en computer'

xx
Drukpers - tekst (Freinetschool)
 

Het contact van de HPA met de leerscholen werd versterkt door het blad 'Over en Weer' en door het organiseren van leerschoolconferenties.
Daarnaast ontstonden speciale relaties van een aantal docenten met enkele leerscholen.
Zo met de dr Rijk Kramerschool, een school die in 1973 door een groep net afgestudeerden van de HPA 'overgenomen' werd. De school stond op het punt opgeheven te worden. De groep oud-studenten heeft deze school in korte tijd tot bloei weten te brengen.
In 1982 startten oud-student Richard van Schimmelpennink en docent Egbert Nijeboer het project 'Kind en computer' in klas 4 van oud-studente Nora van Oort.
Voor meer informatie, zie tab 'Kind en computer'.....

Een speciaal contact was er met De Weerenschool. Een Freinetschool in Amsterdam-Noord. Oud-studenten, als Ilja Cup werkten hier. HPA-docenten, met name Rob Woortman en Ditte Stoopendaal liepen daar zelf stage en werkten als lid van de Beweging voor Freinetwerkers, samen met deze school. Werkhoeken voor allerlei vakgebieden waren essentieel.
Zie onder de tab 'De Weerenschool'.....

  • Kind en computer
  • De Weerenschool
  • Tabblad 3

In dit tabvenster:

  • Over het project "Kinderen en de computer" en de doelen ervan
  • Afstudeerproject van oud-student Richard Schimmelpennink
  • Resultaten: voorbeelden van door kinderen gemaakte computerprogramma's en stroomdiagrammen.
  • De houding tegenover de computer: de veranderde kijk van kinderen op computers.

xx
Sinclair ZX81

xx

 

 

 

 

 

 

Een foto van een TV met ZX81

Richard Schimmelpennink, startte met docent Egbert Nijeboer het experiment 'Kind en computer' op de dr Rijk Kramerschool in klas 4 van Nora van Oort, ook oud-studente HPA.
Ouders zorgden voor een TV-toestel, waarop de 'homecomputer' ZX81 kon worden aangesloten.
De vraag is te onderzoeken hoe de computer ingezet kon worden in het onderwijs, waarbij kinderen 'de macht' over de computer kan behouden. In hoeverre kan de computer ondersteunend - COO - zijn?
Zie meer over het project het wopcoo artikel....

De ZX81 computer is in feite niet meer te vergelijken met computers van nu.

Enkele resultaten - werk van kinderen

 

xx

Klik voor nog een voorbeeld:
'Bas als rekenleraar', gemaakt door Bas

xx
Stroomdiagram voor het maken van een pannekoek, gemaakt door een kind

Nog een voorbeeld

De kinderen volgden zo'n 17 keer een computerinstructie aan de hand van werkkaarten... Ze maakten zelf computerprogramma's en ook stroomdiagrammen om de werking van de computer te begrijpen.

Een voorbeeld van een programma hiernaast, gemaakt door Lonneke.

 

 

 

Een voorbeeld van een stroomdiagramma.

 

Over de houding van kinderen tegenover een computer: veranderde kijk op computers.

Vooraf en achteraf na het werken met de computer werden kinderen gevraagd hoe ze dachten over de computer. Wat deze zou kunnen.

Vooraf dachten de kinderen dat de computer heel slim is, zelfs een 'magische kracht' heeft.

Na de ervaring, dat je de computer zelf moet programmeren om hem iets te kunnen laten doen en dat de computer fouten in het programma niet corigeerde, viel de computer van zijn voetstuk.
Zo vond een kind het stom van de computer dat een verkeerd gespelde naam van een kind, zomaar accepteerde en het op het tv-scherm schreef!

De mens heeft dus 'macht' over de computer en niet andersom.

 

Rob Woortman, over Ditte Stoopendaal en zichzelf over stagelopen op De Weerenschool, een Freinetschool in Amsterdam-Noord.

 

Kinderen computeren in 1983 - Stage voor docenten op een Freinetschool

 

De verzorging van bijscholing

Al midden jaren 70, ver voor de fusie van de HPA met de COK en de CPA in 1985 waren er contacten tussen de docenten van de HPA en COK.
Het was toen wel al duidelijk dat de kleuterschool en de lagere school op zou gaan in één nieuwe school, de basisschool. Lagere scholen en kleuterscholen bij elkaar in de buurt en met dezelfde denominatie begonnen elkaar al af te tasten voor een fusie.
De eerste bijscholingscursus, die een vorm had van 'begeleiding' van het proces tot samengaan van kleuterschool en lagere school, werd gegeven door Diny Massereeuw, docente COK, Wim van der Horst en Egbert Nijeboer, beiden docenten aan de HPA. Het betrof de prof.dr.H.Kraemerschool in Amsterdam-Osdorp.

 

 

De applicatiecursus en de EDOKA cursus

In de nieuw tot stand te komen basisschool zouden kleuterleidsters en lagere schoolleerkrachten les mogen geven in alle groepen van de basisschool. Echter voor kleuterleidsters werd wel bijscholing geëist om les te geven in groep 3 en hoger, de eerdere lagereschoolklassen.
Deze bijscholing diende te worden gegeven door opleidingen voor kleuterleidsters en pedagogische academies gezamenlijk.

Eind jaren 70 gaven de COK, de Christelijke Opleiding voor Kleuterleidsters, de HPA en de CPA, de Christelijke Pedagogische Academie de bijscholing voor kleuterleidsters, de zogenaamde applicatiecursussen, waarmee zij volledige onderwijsbevoegdheid voor 6 tot 12 jarige kinderen konden verkrijgen.
Lestijden hiervoor waren echter zeer beperkt. Zo zeer dat men 'met de handen in het haar zat' over hoe deze cursus in te richten.
Rob Woortman en Ditte Stoopendaal boden een oplossing en schreven een leerplan, gebaseerd op Freinettechnieken die ook in de HPA-stamgroepen werden gebruikt. In dit plan konden docenten van de CPA, de COK en de HPA toch redelijk hun belangrijkste vakelementen inbrengen, maar dan wel in integratief verband en via eisen aan het maken van studies door studenten, die dan aan elkaar werden gepresenteerd.
Daarnaast was er de EDOKA cursus, de eenjarige cursus voor kleuterleidster met akte A, inclusief de applicatie.

  • Leerplan voor applicatiecursus
  • Tabblad 3

Oud-docent Rob Woortman over de tot standkoming van het leerplan voor de applicatiecursus.

Het gebruik van Freinettechnieken bleek een redmiddel te zijn voor het organiseren van een cursus - met zo weinig uren per vak, waarbij toch zo optimaal mogelijk kennis, vaardigheden en inzicht werden geleerd.

Opzet van de applicatiecursus met behulp van Freinettechnieken

 

Onderwijs aan de HPA van 1976 tot 1984 © Disclaimer