Periode 1907 - 1940
Het opleidingsonderwijs
Het onderwijs aan de opleiding van de HKS

Wat was de 'kweekschool' voor school?

De normaalschool en de opleiding tot onderwijzer in de lagere schoolpraktijk

xx De kweekschool als dagopleiding tot onderwijzers voor het lager onderwijs ontstond aan het eind van de 19e eeuw. Het was de vervanging van de normaalschool, die je moest volgen om meester of juf in een lagere school te worden. Het was geen dagopleiding. Er werd les gegeven in de avonduren en op de zaterdag. En je werkte al overdag in een lagere school, onder toezicht van een onderwijzer, die je het vak leerde. De opleiding bestond dus voornamelijk in de praktijk van een lagere school. Op de normaalschool werd kennis der vakken verdiept. Tot in het midden van de 20e-eeuw bleven nog normaalscholen bestaan. Maar er werden steeds meer kweekscholen opgericht, die de opleiding op de normaalschool langzamerhand verdrongen.

De kweekschool als opleiding tot onderwijzer

xx Rond 1900 verschenen er steeds meer kweekscholen. Het was een dagopleiding, waarin veel vakkennis werd onderwezen. De leerlingen kwamen niet of nauwelijks meer in een lagere school. Vaak pas vanaf het tweede jaar ging een leerling één middag in de week naar een lagere school. De verschillen met de voorgaande opleiding in de normaalschool waren groot en waren aanleiding tot kritiek op de kweekschool. Dit had betrekking op de slechte relatie  tussen theorie en praktijk...


Hoe was de relatie theorie - praktijk?

De vakken op de kweekschool waren sterk theoretisch van aard. De theorie sloot niet aan op de praktijk van het lesgeven op de lagere school, zo luidde de kritiek op het kweekschoolonderwijs.

xx Praktijkervaring opdoen in een lagere school was er nauwelijks meer bij. Dit in tegenstelling tot destijds door leerlingen opgedaan aan de normaalschool.
Bovendien kwamen ook steeds meer leraren op de kweekschool lesgeven, die zelf geen lagere onderwijservaring hadden. De opleiding kwam steeds verder van de praktijk af te staan.
De didactiek van de diverse vakken werd niet door de vakleerkrachten gegeven. Soms kwamen er vakdidactische noties aan de orde in de lessen opvoedkunde.

De kritiek dat de te leren stof slecht tot helemaal niet aansloot op de praktijk van het lesgeven op de lagere school, werd wel geuit, maar het bracht geen veranderingen in het opleidingsonderwijs teweeg.
Dit probleem van de slechte relatie theorie - praktijk zal steeds weer opduiken in de geschiedenis van de opleidingswereld, tot aan de dag van vandaag.

Wat hield het kweekschoolonderwijs in?

xx

Opvoedkunde, ofwel pedagogiek was het belangrijkste vak, na Bijbelsche geschiedenis.
Opvoedkunde werd op de HKS gegeven door P.A. Versluys, die ook directeur was.
Dit vak had een sterk op de Bijbel gericht karakter.

Versluys schreef zelf vele opvoedkundige geschriften, die hij behandelde tijdens zijn lessen. Deze geschriften werden later ook gebruikt door zijn opvolger A.P. Snoep, die aanbleef tot 1942. De invloed van Versluys reikte dus zeker tot in de Tweede Wereldoorlog.

Een voorbeeld van een geschrift is "Beloonen en Straffen', waarvan enkele citaten zijn te bekijken in het tabs...

  • Citaat 1
  • Citaat 2
  • Citaat 3
  • Tabblad 5

Citaat 1

maar ... zie citaat 2...

Citaat 3

Gezag hebben is belangrijker dan straf en beloning

 

 

Citaat 3

Over het leren van gehoor- zaamheid

 

Citaten uit "Beloonen en Straffen"

Oud- leerling Piet Mantel over de kweekschooltijd, de lessen en de leraren

xx

Piet Mantel was leerling op de HKS van 1935 tot 1939

In het tabvenster is een video opgenomen, waarin hij vertelt hoe hij op de HKS terecht kwam en over de kweekschooltijd.

  • Hoe de kweekschooltijd ervaren
  • Pedagiekles
  • Tabblad 4

 

Piet mantel vertelt over hoe hij zijn kweekschooltijd heeft ervaren.

 

 

 

 

 

Piet Mantel vertelt over de pedagogieklessen van de heer Snoep.

 

 

Piet Mantel over hoe hij de kweekschooltijd heeft ervaren - Over pedagogieklessen

Piet Mantel leerling aan de HKS van 1935 tot 1939 over de lessen en de leraren, zoals weergegeven in 'Kweekschoolcahier' No 4.

De lessen in de dertiger jaren werden nog geheel klassikaal-frontaal gegeven, de leraren zochten de stof uit en brachten deze met verve en met uitvoerig bordgebruik, stelden eens wat vragen, gaven huiswerk op en verzuimden niet de volgende les leerlingen een beurt te geven.
Bij tijd en wijle was er een repetitieweek, waarin grotere stofgehelen schriftelijk aan de orde kwamen. Op het rapport kwamen ook cijfers voor orde en vlijt voor.

Het kerstrapport van oudleerling Piet Mantel in 1938: rapport

Piet Mantel:

Bijbelse geschiedenis
,hét belangrijkste vak onderverdeeld in drie delen: bijbelse geschiedenis, methodisch bijbels onderwijs en kerkgeschiedenis.

Opvoedkunde.
Het tweede belangrijke vak. De heer Snoep gaf de lessen. Het waren lessen over stof van de vroegere directeur, de heer Versluys, waarvan de taal nogal plechtstatig was en het deed erg ouderwets aan. De heer Snoep volgde het dictaat op de voet. En hij was zeer precies.
Bij opvoedkunde hoorde ook "praktische werkzaamheden". Pas in de tweede klas werd er begonnen met het 'oefenen in de praktijk van het lesgeven'. Je kweekte op een oefenschool. Dat 'kweken' had een tamelijk onveranderlijk patroon: je zat voornamelijk achterin de klas, soms verliet je die veilige plaats om zelf een lesje te gaan geven, om dan weer te gaan kijken hoe de echte meester of juf het deed, als je tenminste geen stapel taal- of reken-geschriftjes voor hem of haar aan het corrigeren was.

Nederlands: het lezen kreeg een aparte rapport plaats. Spraakkunst was een onderdeel, bij tijd en wijle moest er gedichten uit het hoofd geleerd worden die dan weer voor de klas gereciteerd dienen te worden.

Moderne talen
: Frans, Duits en Engels werden ook gegeven.

 

Aardrijkskunde en cosmografie, gegeven door de heer Snoep.
Hij probeerde wel aanschouwelijke les te geven.

Natuur-, plant- en dierkunde.
Gegeven door de heer Estoppey. Hij verplichtte de leerlingen een 'herbarium' in te richten. Hierdoor kwamen we in aanraking met de echte natuur. We fietsten zelfs eens naar Weesp om het zeldzame "zomerklokje" te bemachtigen.

Tekenen, ook gegeven door de heer Estoppey.
Onder andere perspectieftekening kwam aan de orde.

De mathematische kant. Gegeven door A.B. Roosjen.
De stof was zeker geen eenvoudige kost. Het bevatte wiskundige reeksen, kenmerken van deelbaarheid, het uit het hoofd leren van de kwadraten tot 25, machtsverheffen en worteltrekken. Daarnaast ook handelsrekenen. Verder nog algebra, planimetrie, stereometrie, driehoeksmeting, alles met veel sommen.
Hij liet ons vaak zelfstandig werken, niet zozeer uit didactische overwegingen, maar meer omdat hij dan allerlei kranten kon doornemen.
Later heeft hij de meesterstitel in de rechten behaald en werd vooraanstaand lid van de Anti-Revolutionaire Partij en bewonderaar van haar politieke leider ir H.Colijn. Later is hij ook voorzitter van de NCRV geweest.

Schrijven: was schoonschrijven.
Bewegingsonderwijs.
Nuttige handwerken.

xx

Maar uiteindelijk concludeert Piet Mantel:

De leerstof was dus zeer uitgebreid met zijn 30 vakken, de vele cijfertjes, de klassikale leervorm, de betuttelende schoolregels en de leraren in hun ivoren torens.
Toch bewaar ik er allerlei plezierige herinneringen aan.
Zo ongemerkt hebben er toch heel wat van opgestoken. Inhoudelijk werden grondig op ons vak voorbereid, wat resulteerde in een vrij omvangrijke parate kennis, didactisch kwamen we tekort.

Na het examen nog de hoofdakte halen om volledig onderwijzer te worden

Nee , want...
Na de driejarige kweekschool opleiding kon je hulp-onderwijzer worden. Om hoofdonderwijzer te kunnen worden moest je in de vrije uren studeren voor de hoofdakte met vijf vakken, waaraan een uiterst berucht moeilijk examen gekoppeld was.
Zie in het tabsvenster hoe Piet Mantel de hoofdakte heeft ervaren....

  • De hoofdakte halen was heel moeilijk
  • Tabblad 3

 

 

Het examen voor de hoofdakte was zó moeilijk dat 5 à 6 keer overdoen heel normaal was.

 

 

Piet Mantel vertelt hoe moeilijk de hoofdakte was te halen.

 

 

Opleidingsonderwijs HKS © Disclaimer