COK 1956 - 1980: onderwijs
Onderwijs
Onderwijs vanaf 1956

Veranderingen in het onderwijs

In 1956 werd de kleuteronderwijswet van kracht.
De opleiding tot kleuterleidster werd een gesubsidieerde dagopleiding.

xx
Klas 1b uit 1961

Veranderingen in het onderwijs in de opleidingen voor het kleuteronderwijs

Het opleidingsonderwijs maakte mede tengevolge van de aanname van de kleuteronderwijswet in 1956 veranderingen door.
De invloed van Fröbel, die daarvoor in de kleuterwereld allesoverheersend was nam af. Ideeën van Maria Montessori en van O. Decroly kwamen de opleiding binnen. Naast het fröbelmateriaal kwam het materiaal van Montessori. Decroly hechtte minder waarde aan materialen. Kinderen moesten volgens hem in contact worden gebracht met het werkelijke leven, met planten en dieren in hun omgeving.

xx
Map van Krimpen

Map van Krimpen destijds methodiek-didactiek docente, maakte mee dat de denkbeelden van Maria Montessori steeds meer invloed kregen. Zo kreeg 'arbeid naar keuze' een belangrijke plaats in de didactische aanpak. Een variabele keuzemogelijkheid was geboren.
Het vak didactiek-methodiek werd ook sterk beïnvloed door de bijdrage van de wetenschap, vooral van de psychologie en de pedagogiek. Fröbelmaterialen moesten weg uit de kleuterschool. Expressiematerialen er in. Zie ook ontwikkelingsmateriaal.

In de tabs hieronder vertelt Map van Krimpen over haar eigen opleiding, hoe zij docente op de COK werd, over haar ervaringen met Surinaamse leerlingen in de jaren 60, over 'Flower Power' op de COK en hoe kritisch de leerlingen waren.

  • Opleiding
  • COK docente
  • Surinaamse leerlingen
  • Jaren 60
  • Tabblad 2

Map van Krimpen vertelt over haar eigen opleiding.

Zij had kritiek op hoe muziek en gymnastiek werd gegeven.

Muziek moest meer met beweging gecombineerd worden.
En meer ritmiek bij gymnastiek.

 

Map van Krimpen kwam in 1960 op de COK.

Na een jaar pedagogiek gegeven te hebben, gaf zij mehodiek.

Zanglessen gaf zij in het speellokaal, omdat zij zang en beweging wilde combineren. Het is een eenheid 'zang en beweging'.

Lesgeven aan de pubermeiden op de COK moest enthousiasmerend zijn.

 

Map van Krimpen vertelt over de Surinaamse leerlingen. Zij waren Hernhutters.

Van het ministerie kreeg de COK aanwijzingen over hoe met hen om te gaan.

In de praktijk waren sommigen wel erg goed.

Map vertelt over hoe een leerlinge op de stage vertelde over het Bibelverhaal van Jozef en Potifar.

 

Map van Krimpen vertet dat meisjes met pruiken op de klas binnen kwamen. Het was een vorm van 'flower power' opkomend in de jaren 60.

Ook leverden de leerlingen wel kritiek op het onderwijs.

 

Map van Krimpen vertelt over haar opleiding en over haar COK tijd.

Het was ook een tijd van experimenteren en onderzoeken. Vanuit het CPS opereerde een werkgroep van docenten uit de opleidingsscholen.
Contactbrieven voor alle opleidingsscholen en kleuterschool, onder eindredactie van mevr A. Stoll, inspectrice van de opleidingsscholen. In Woudschoten werden veel conferenties belegd, met het doel het onderwijs zo goed mogelijk aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen.

Aandacht aan de natuurlijke ontwikkeling van het kind en van zijn sociale omgeving

Een belangrijk leerboek was "De doorgaande lijn' van Lambert-Anema, geschreven in 1974, die al als ondertitel 'De integratie van kleuter- en basisonderwijs' had. Uitgangspunt was: de natuurlijke ontwikkelingsproces van ieder kind.
Ontwikkelingspsychologie werd een belangrijk onderdeel van het onderwijs. Het boek "Kleine ontwikkelingspsychologie" van Rita Kohnstamm ging over de ontwikkeling van kleine kinderen.

In 1971-1978 werd door de COK meegewerkt aan het innovatieproject te Amsterdam. De aandacht was daarin vooral gericht op volksbuurten en saneringswijken te Amsterdam.
Betrokken COK docentes waren:
Jos Geervliet - pedagogiek, Elly Wendel en Tonja Rebel-Vernaas - Nederlands.
Map van Krimpen - methodiek/didactiek.

xx
Een les over kleuren in 1966

Scripties, praktijkopdrachten en proeflessen

De studie veranderde. De leerlingen maakten scripties in de verschillende vakgebieden. En moesten praktijkopdrachten maken.

Verder moesten ze proeflessen geven, waar ze vaak wel zenuwachtig van werden, mede vanwege dat klasgenoten ook kritiek konden leveren, zo vertelt Foekje Zwaan, cursiste van 1963-1967.
Zij had Map van Krimpen als mentor en stagedocent, die opbouwende kritiek leverde bij de proeflessen.

 

De jaren 70 en begin jaren 80

De vakdidactiek en de stagebegeleiding

In de jaren 70 gingen vakdocenten, die eerder alleen maar vakkennis onderwezen, ook steeds meer en meer de didactiek van hun vakken. Daarvoor deden de methodiek-didactiek docenten dat, die het vaak moeilijk vonden deze taak af te staan. Ook gingen vakdocenten langzamerhand leerlingen in de stage begeleiden.

  • Wieke Bosch' beginjaren COK
  • Wieke over vakdocenten
  • Tabblad 2

Wieke Bosch werd in 1973 methodiek-didactiek docente aan de PCOK

Wieke was kleuterleidster en vertelt waarom zij solliciteerde. Zij wide het vak methodiek-didactiek anderrs vomgeven.

 

 

Wieke Bosch, methodiek-didaktiekdocente,
vertelt over vakdocenten, die ook de didactiek van hun vakken wilde geven en ook de leerlingen in de stage wilden begeleiden.

Wieke Bosch die begin jaren 70 op de COK kwam werken, vertelt over de sfeer die zij aantrof.

Zo wilde Bert Cornelis, vakdocent bewegingsonderwijs persé zelf didactiek van zijn vak geven. Hij zette het werken met kleuters met betrekking tot bewegen en spelen stevig op de kaart. Zo werd hij door docente bewegen en muziek, Ellen Kruse op de ALO - Akademie Lichamelijke Oefening uitgenodigd om voorbeeldlessen te geven.

  • Bert Cornelis over didactiek en stage
  • Ruud en Ellen Kruse over lessen van Bert C op de ALO
  • Tabblad 2

 

Bert Cornelis vertelt hoe hij als docent bewegingsonderwijs de didactiek ervan wilde geven en niet alleen eigenvaardigheid gymnastiek.

Om dit te bewerkstelligen was er wel strijd met de methodiek-didactiek docenten voor nodig.

 

Ruud Kruse, docent lichamelijke opvoeding aan de HPA en Ellen Kruse, docente bewegen en muziek aan de ALO vertellen over de voorbeeldlessen de Bert Cornelis op uitnodiging gaf op de ALO.

Het betrof lessen over hoe bewegingslessen te geven aan kleuters.

 

Bert Cornelis, docent bewegingsonderwijs - Ellen Kruse, docente ALO die Bert uitnodigde demonstratielessen te geven

Ontwikkeling in vakdidactieken - P3 Project Praktische Padagogiek

De didactiek van de vakken maakten een ontwikkeling door en pastte zich aan de tijd aan. In de tabs enkele voorbeelden..

  • Nederlands
  • Gezondheidsleer en kinderverzorging
  • Mario Kramer over P3
  • Tabblad 3
xx

Elly Wendel kwam in 1973 als docente nederlands werken op de COK.

De exameneisen voor het vak nederlands bestond uit het schrijven van een brief, en het maken van een tekstverklaring of een opstel.

Elly vindt de theoretische achtergronden van taalverwerving van belang.
Dit aspect is dan ook in de loop der jaren een steeds groter deel van het taalonderwijsprogramma gaan uitmaken.
Dit was ook van praktisch belang, omdat in de praktijkscholen steeds meer problemen opkwamen rond het taalverwerving van de kinderen uit etnische minderheidsgroepen.

 

xx
mw Van der Schoot

Mevrouw Van der Schoot-Hofman gaf vanaf 1956 Gezondheidsleer en Kinderverzorging aan de COK.
Zij was arts. Het vak moest ook door een arts gegeven worden.

In 1956 was er nog geen leerplan voor het vak. Later werd een landelijk leerplan ontwikkeld, waar mw Van der Schoot aan meewerkte.
Het zwaartepunt ervan werd gelegd bij het bewaken van de gezondheidstoestand van het kind in de schoo.
EHBO kreeg erin een plaatsje.

Weer later in de jaren zestig werden ook onderwerpen als seksualiteit, seksuele opvoeding en geboortebeperking aan de orde gesteld.

In de zeventiger jaren kwam het begrip GVO: gezondheidsvoorlichting en opvoeding naar voren, waarbij ook aandacht geschonken werd aan het opvoeden van de kleuter tot gezond gedrag.

 

Mario Kramer, pedagogiekdocent aan de HPA en de CPA werkte ook samen met COK docenten, in het kader van het Project Praktische Pedagogiek, aangeduid met P3.


Mario vertelt over hoe hij het samenwerken ervoer.

 

Elly Wendel over Nederlands en mw Van der Schoot over Gezondheidsleer en kinderverzorging

Onderwijsbeleid - fusie in zicht

In de jaren 70 werden de plannen om de lagere scholen en de kleuterscholen te integreren tot basisscholen steeds duidelijker. Dat betekende ook dat de opleidingsscholen de pedagogische akademies en de opleidingsscholen voor kleuterleiders zouden gaan fuseren.

Reeds in 1975 waren er contacten tussen deze opleidingsinstituten: overleg tussen de directieleden. In november 1976 werden er al integratie bijeenkomsten georganiseerd.

Rond 1980 werd er veel overlegd tussen de te fuseren instituten, de COK, de CPA en de COK.

In verband met de integratie werden bij- en nascholingscursussen gegeven, zoals de applicatiecursus en de EDOKA.

Voor meer informatie over het fusieproces en nascholing, zie 'fusie in zicht'.

 

PCOK onderwijs vanaf 1956 © Disclaimer